Home
Takken
Aken
Amsterdam
Antwerpen
Eersel
Friesland
Groningen
Lieshout
Moerdijk
Wittem
Frankrijk
Foto's
Personen
Boek
Links
Guestbook


De Eerselse legende


Zomaar een verhaal verzinnen, vertellen of van vader op zoon doorgeven kan op verschillende manieren gebeuren. Eigen herinneringen, dromen, fantasie of ervaringen spelen hierbij dan ongetwijfeld een rol. De ontwikkeling van een verhaal als de 'Eerselse legende', dat nooit eerder is opgeschreven maar eeuwenlang van mond op mond is doorverteld is mogelijk nog ingewikkelder dan elk ander opgeschreven verhaal.

Maar hoe dieper een verhaal ligt verankerd binnen een bepaalde familie of bevolkingsgraep, die dit in opeenvolgende tijden gehoord, gezien of verteld hebben, des te groter is de kans, dat de wezenlijke kern van zo'n verhaal uiteindelijk toch op waarheid zal berusten. Rudolf Merkelbach uit Lieshout is in het dagelijks leven archiefinspecteur bij het Streekarchivariaat in Eindhoven. Hij is in zijn vrije tijd al mim 20 jaar bezig met een onderzoek naar de stamboom van de familie Mer(c)kelbach. De drang om alles van zijn voorouders te weten te komen heeft hij van zijn vader geerfd. Die heeft zijn hele leven allerlei gegevens opgetekend en bewaard. Deze aantekeningen zijn voor zijn zoon reden geweest dit levenswerk voort te zetten en dieper te gaan graven in de stamboom Mer(c)kelbach. Hierdoor kon hij niet heen om de telkens opdoemdende vraag 'Wat is er nu waar van de legende van Eersel'.

Kasteel't Hof
Al meer dan 150 jaar, doet in Eersel een legende de ronde, dat hier op een kasteel gelegen in 't Hof in vroeger tijden de familie Mer(c)kelbach heeft gewoond. Voor het eerst treffen wij in 1825 hierover in een handschrift van A.C. Brock in zijn Historische beschrijving van de Meijerij het navolgende aan: 'Op den weg naar Hapert, ten westen van het dorp Eersel, lag oudtijds een slot of kasteel, waarvan de grachten nog zichtbaar zijn. Men wil, dat dit burcht of versterkt slot geweest zij, maar meer zeker is hetzelven voormaals de woning geweest van het geslacht van Merckelbach, van welk geslacht hier en elders nog afstammelingen overig zijn; onder dezelven komt vooral in aanmerking Joannis Georgius van Merckelbach, Raad van de Prins
Frederik Markgraaf van Baden en Hochbergen en deszelfs gezant op de vrede van Munster 1648 in wier afbeeldsel en wapen, in prent verbeeld onder deze familie altijd is bewaard gebleven en thans te St.Ode Rode, onder een dezer afstammelingen berust.'

De legendevorming komt pas goed op gang als meester C. Rijken in zijn boek 'sagen en legenden uit Duizel en omstreken' in 1921 met veel fantasie wellicht een verhaal weeft rond het kasteel op het Hof te Eersel.

Hij omschrijft de plaats als volgt: Als men van de kom van Eersel de zandweg volgt langs den zgn.drietip naar het gehucht Dalem te Hapert, komt men langs het zgn. 'Hof', waar in vroeger eeuwen een kasteel stond toebehorend aan een zekere familie Merckelbach, waarvan nog afstammelingen leven in St. Oedenrode en in Belgenland. Die zandweg heet 'de Eerselse Dijk' en gedeeltelijk dichtgedempte grachten en hazelnootstruiken wijzen ons de plek aan, waar eenmaal dat kasteel stond'.

Verder vermeldt hij, dat het kasteel in het laatst van de 17e en begin 18 eeuw leegstond en hierna vertelt hij een uitgebreide spookgeschiedenis, compleet met angstaanjagende onderdelen van een menselijk skelet en een vondst van drie volle kisten met goud. Verder verhaalt hij over de verdwijning van het kasteel, waarin de laatste bewoner afgeschilderd wordt als een vrekkige gierigaard die een pelgrim van zijn erf joeg ondanks hevige tegenstrubbelingen van zijn eigen dochter. Ter afsluiting van de jubileumfeesten in 1948 in Eersel werd in november van dat jaar in het parochiehuis een jubileum-schouwspel opgevoerd. Dit openluchtspel geschreven en geregisseerd door de toenmalige onderwijzer Piet Kwinten was getiteld: een gouden burcht der naastenliefde. Dit spel van het dorp Eersel en haar mensen beeldde de Eerselse-legende uit in al haar facetten. Er deden ruim 100 Eerselnaren aan deze monsterproduktie mee.

Te koop
In 1941 schrijft de'toenmalige burgemeester van Eersel de heer P.Panken aan de vader van Rudolf Merkelbach een brief waarin hij het terrein, waar vroeger dit kasteel moet hebben gestaan wil verkopen, om het zodoende opnieuw in eigendom van de familie Merkelbach te laten terugkeren. Panken had destijds dit terrein persoonlijk aangekocht omdat hij bang was, dat door de ontginning het terrein verloren zou gaan. Hij vroeg 'een behoorlijken koopprijs' en een garantie voor 'eene passende instandhouding, omwille van het geschiedkundig verleden'. Tot aankoop van het perceel door de familie Merkelbach is het nooit gekomen omdat bij nadere onderhandelingen de prijs veel te hoog bleek.

 
 

Later heeft Panken de grond verkocht aan landbouwer Bierings. Bij deze transactie eiste de burgemeester, dat alles wat uit de grond later nog te voorschijn zou komen bij hem zou worden afgegeven. Rond 1952 heeft de schoonzoon van landbouwer Bierings, Daemen, 't Hof ontgonnen om 'zo meer land bouwgrand te verkrijgen. De heer Daemen die met zijn vrouw nog steeds in Eersel op de Dalemsedijk woont herinnert zich nog goed dat toen de plaats waar het kasteef gestaan zou hebben in het landschap nog duidelijk herkenbaar was, vanwege de omgrachting en het hoogteverschil. Het eigenlijk kasteelterrein lag aanzienlijk hger en had ongeveer een doorsnede van 60 meter, met daar omheen grachten water en riet. Bij deze ontginningswerkzaamheden werd de verhoging gelijk gemaakt met de rest van het terrein en het zand kwam weer in de grachten terug waaruit het eeuwen geleden gehaald was. Bij deze werkzaamheden kwamen halfronde stenen te voorschijn die de vorm hadden van een vlaaipunt en afkomstig zouden zijn van de toren. Deze stenen werden door de heer Daemen op een hoop verzameld langs het terrein maar op een morgen waren alle stenen verdwenen.

Over de toren van het kasteel wist een intussen overleden oom van mevr. Daemen-Bierings, voerman Piet Ooms uit Duizel, dikwijls te vertellen, dat in de toren van dit kasteel eens een jong meisje opgesloten werd en door uithongering aan haar einde is gekomen. Deze eenzame opsluiting moet het gevolg zijn geweest van een verboden liefdesrelatie tussen de dochter van de kasteelheer en de zoon'van de Duizelse graaf Hendrick van Eyck, welke twee families al geruime tijd met elkaar in onmin leefden. Door zijn beroep van voerman wist Piet Ooms ook veel te vertellen over de oude handelsroutes die vroeqer door de Kempen liepen.

Zo wist hij, dat de Dalemsedijk vroeger via (Hooge)Loon de rechtstreekse Handelsroute naar Breda was en dat ter hoogte van het kasteel 't Hof 'tol' werd geheven. Over graaf Henri uit Duizel had Ooms vroeger ook horen vertellen. In het begin 60er jaren werd ter plaatse de E3 naar Antwerpen aangelegd. Hierdoor moest landbouwer Daemen de genodigde grond aan het Rijk verkoopen voor de prijs van f 0,80. Deze E3-weg doorsneed het perceel waar vroeger het kasteel moet hebben gestaan. Door de latere ruilverkaveling kwam het overgebleven stuk grond in handen van landbouwer Van Haag uit Bergeijk die er sinds jaar en dag mais op verbouwt. Zo heeft de landbouw de laatste sporen van het toenmalige Eerselse kasteel voorgoed uitgewist.

Merckelbach en Eersel
In het gemeentewapen van Eersel, dat is afgeleid van een 14e eeuws schepenbankzegel worden 3 torens afgebeeld, die er op duiden dat er hier onomstotelijk een kastee1 of burcht gestaan moet hebben. Een sterke uitvergrotmg van een kadasterkaart uit het jaar 1832 duidt erop, dat op het (bewuste perceel) een gebouw heeft gestaan met drie uitstulpingen aan de voorzijde, de echtheid van het gemeentewapen kan worden verklaard. In 1966 heeft de gemeenteraad van Eersel na een diepgaand onderzoek door de geschiedkundige A. D. Kakebeke, de straatnaam Merckelbachstraat vastgesteld. Met deze straatnaamgeving wilde men de gedachtenis levend houden dat Johannes Georgius Merckelbach, waarvan werd aangenomen, dat hij geboren was op 't Hof te Eersel, aanwezig was als diplomaat bij de onderhandelingen tijdens de Vrede van Munster in 1648.

Of deze Johannes Georgius werkelijk in Eersel is geboren, daarvan is Rudolf Merkelbach heus nog niet zo zeker. Een van zijn voorouders Gregorius Merkelbach komt voor het eerst in 1671 in het Eerselse archief voor. Deze mr. Goris of wel Goris den Smeth zoals hij ook wel werd genoemd moet omstreeks 1645 in het Belgische Tienen zijn geboren en vestigde zich na zijn huwelijk met de Eerselse Perijn Huysmans als smid in Eersel. Is zijn komst naar Eersel toeval? Is hij Soms door het vroege overlijden van zijn vader Lambertus op zoek gegaan naar zijn Eerselse voorvaderen?

Waarom ook had Goris Merkelbach dan een houten perceel met daarop de kopergravure van deze bekende Merkelbach in zijn bezit en verhuisde deze in 1763 naar St. Oedenrode om vervolgens in 1987 bij Rudolf Merkelbach te belanden? Na bijna een kwart eeuw intensief speurwerk in ontelbare archiefstukken heeft Rudolf Merkelbach deze vragen voor zichzelf nog steeds niet beantwoord kunnen- krijgen. Nog diepgaander onderzoek zal nodig zijn om te kunnen achterhalen hoe deze Eerselse legende is ontstaan. Mensen die uit hoofde van hun studie of anderszins verlegen zitten om een historisch proefschrift kunnen altijd bij Rudolf Merkelbach in Lieshout terecht. Een telefoontje naar nummer 04992-1229 is hiertoe een eerste stap.